afzonderen

afzonderen
{{afzonderen}}{{/term}}
I 〈overgankelijk werkwoord〉
[op een afzonderlijke plaats zetten] separate (from)
[apart zetten en houden] isolateplace/set apart
[met een schot afscheiden] partition off
[apart nemen voor een doel] put/set aside
voorbeelden:
2   zijn kinderen afzonderen isolate one's children
4   een bedrag afzonderen set aside an amount
II 〈wederkerend werkwoord; zich afzonderen〉
[met betrekking tot personen] separate/seclude oneself (from)retire/withdraw (from)
[met betrekking tot zaken] separate (out)
voorbeelden:
1   ik kan me nergens afzonderen I can't find privacy anywhere
     zich van de wereld afzonderen withdraw from the world

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Нужен реферат?

Look at other dictionaries:

  • Absondern — Absondern, verb. reg. act. von einem andern Dinge sondern oder trennen, als ein allgemeiner Ausdruck, der die besondere Art und Weise unbestimmt läßt. 1) Eigentlich, dem Orte nach. Ein räudiges Schaf von der Herde, die Lämmer von den Schafen… …   Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart

  • sondern — sondern1 Konj std. (8. Jh.) Stammwort. Frühe Spezialisierung des Adverbs mhd. sunder, ahd. suntar, as. sundar (afr. sunder, ae. sundor, anord. sundr, mit abweichender Endung gt. sundro) abseits, gesondert, für sich , die im Deutschen noch als… …   Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”